Daar sta je dan weer. Letterlijk in het verkeerde hokje. Namelijk het kleedhokje van de damesafdeling van het gemeentelijk zwembad. Restjes chloorwater druppelen op de grond. Als ik mijn lijf van bovenaf bekijk, slaat het beeld ineens keihard in mijn gezicht.
Rond mijn slippers heeft zich inmiddels een plasje water gevormd. Mijn tenen zijn wit uitgeslagen van de kou. Ik kijk naar mijn behaarde benen. Een glimlach verschijnt op mijn gezicht. Echte jongensbenen. Ik ben er blij mee. Vorige jaar heb ik ze nog een keer geschoren. Dat was geen succes. Ik voelde me zo kaal en ongemakkelijk, dat ik alsnog de zomer doorging in een lange broek.
Boven mijn inmiddels weer behaarde benen, zit mijn zwembroek. Hij voelt comfortabel, ik kan niet anders zeggen dan dat ik er blij mee ben. Hij past mij. Letterlijk en figuurlijk. Boven die zwembroek zit een beetje heupvet. Maar dat verdwijnt straks wel.
Mijn zwembroek is in gezelschap van een zwemhesje. Gekregen van een transman die het niet meer nodig had. Ik verheug me op de dag dat ik het ook niet meer nodig heb. Maar voor nu ben ik er blij mee. Je ziet nog wel een beetje bobbel, maar alles beter dan het voor mij o zo bekende en intens gehate bikinibovenstuk. Ondanks mijn bescheiden cupmaat, had ik in dat kledingstuk altijd het gevoel dat er een paar meloenen op mijn borstkas zaten.
Ik besluit mijn natte zwemkleding uit te doen. Na de zwembroek en het hesje van het meeste water ontdaan te hebben, hang ik het over de deurknop. Ik droog me af. Zonder naar beneden te kijken. Ik smeer wat crème op mijn gezicht en spuit deodorant op. Als ik dit ritueel achter de rug heb, kan ik mij eindelijk gaan aankleden.
Als ik even later weer naar beneden kijk, is mijn cupje B netjes weggewerkt onder een hesje en de leegte in mijn boxershort opgevuld met behulp van mijn goede vriend Mr. Lympie. Ineens voel ik een steek in mijn maag. Het besef dat dit, deze handelingen, deze aanpassingen, ervoor nodig zijn om een beetje aangenaam de dag door te komen, overvalt me. Dit lijf is niet van mij. Dat wat er onder die kleren en die aanpassingen zit, dat ben ik niet.
Als ik even later in mijn spijkerbroek en trui voor de spiegel sta om mijn korte haar wat in model te brengen, zucht ik van opluchting. Zo klopt het weer.
> terug naar start
> andere artikelen van Sander Noah > andere artikelen in de rubriek columns en fictie
|