Primatoloog Frans de Waal wil biologie terug op tafel

“Gender is zoiets als een culturele jas”

“Genderidentiteit zit diep”, stelt primatoloog Frans de Waal. Het is niet alleen sociale constructie. Hij wil de biologie terug op tafel. In zijn boek over gender maakt hij uitstapjes naar trans- en non-binaire genderidentiteit.

Of er transgender individuen bij chimpansees of bonobo’s zijn, is niet te zeggen, aldus Frans de Waal. Je kunt ze immers niet vragen naar hun genderidentiteit. Maar de primatoloog heeft wel apen gezien die duidelijk gedrag vertoonden dat je niet bij hun sekse zou verwachten. De chimpansee Donna zou je volgens hem kunnen zien als ‘een overwegend aseksueel gender-nonconformerend individu’.

De Waal gaat uit van het gedrag dat hij ziet. Hij beschrijft in ‘Anders’ genderrollen bij andere primaten, vooral de chimpansees en bonobo’s die het dichtst bij ons staan. Hij stelt zich in de hoofdstukken over seks, het paringsspel, geweld, conflictvermijding en leiderschap, speelgedrag en kinderzorg, geregeld de vraag waar wij, mensen, overeen komen met de andere primaten en waar we verschillen.

In het boek laat De Waal overtuigend zien dat voor chimpansees en bonobo’s sekse en gender ertoe doen. Het is onmiskenbaar als je ziet hoe ze op elkaar reageren, relaties aangaan en gevoelens vertonen. Ze constateren gender zelfs bij mensen, want reageren ook flirterig, aanhalerig of met een erectie naar mannelijke of vrouwelijke mensen als ze datzelfde gedrag bij seksegenoten onder hun eigen soort laten zien.

Tegelijk zie je dat er flexibiliteit is in het gendergedrag. Bijvoorbeeld in zorgzaamheid. Dat is bij die primaten iets dat je er (ook) bij de vrouwelijke sekse ziet. De zorgrelatie tussen moeder en kind is bij zoogdieren immers een evolutionair product van miljoenen jaren. Maar, zag De Waal, ook mannelijke primaten hebben vermogen tot zorgzaamheid. Dat uit zich bijvoorbeeld als er om een of andere reden geen vrouwelijke soortgenoten zijn.

anders1.jpg

Het schilderij op de omslag van het boek is van Henri Rousseau (le Rêve)

Nuttig concept

De Waal is een bedaarde stem in een verhit debat. Dat debat gaat over verschillen tussen mannen en vrouwen. Er zijn groepen die deze verschillen benadrukken (mannen komen van Mars, vrouwen van Venus) of deze juist afzwakken (gender is puur een product van socialisatie). Dat laatste gebeurt dan vaak met het oog op de gewenste gendergelijkheid. De biologische natuur, met verschillen in sekse, is blijkbaar lastig voor mensen die streven naar gendergelijkheid.

Toch, stelt De Waal, ondersteunt die biologie niet de traditionele genderrollen. Er is geen enkele reden om dat te veronderstellen.

Gender is een nuttig concept, schrijft hij. “Elke cultuur heeft verschillende normen, gewoonten en rollen voor de seksen. Gender verwijst naar de aangeleerde deklaag die een biologisch vrouwelijk individu tot een vrouw maakt en een biologisch mannelijk individu tot een man.” Het begrip levert voor hem een ‘sterke inhoudelijke aanvulling op de discussie’. “Door gender en sekse naast elkaar te plaatsen, wordt duidelijk dat er altijd twee invloeden zijn op alles wat we doen: biologie en omgeving.”

De Waal noemt zichzelf een feminist en is een groot voorstander van gendergelijkheid. Maar zegt hij: “Gelijkheid vereist geen gelijkenis. Mensen kunnen verschillend zijn en toch precies dezelfde rechten en kansen verdienen.” Het is dan in zijn ogen beter onze biologische natuur te leren kennen in plaats van die onder het tapijt te vegen.

Kortom, kijk voor gender niet alleen naar socialisatie en cultuur, maar ook naar de biologie. Naar het lichaam. De Waal: “Door weg te rennen van ons lichaam, rennen we alleen maar weg van onszelf.”

Grove onderschatting

Dat genderidentiteit diep zit, illustreert De Waal met het verhaal van John Money, de psycholoog die de term ‘gender’ in 1955 introduceerde. Money’s roem ging in de jaren 90 onderuit. Dat kwam volgens De Waal door zijn ‘grove onderschatting van de biologische natuur’. Money overreedde de ouders van een Canadese jongen die na een verprutste besnijdenis het grootste deel van zijn penis verloor, die jongen dan maar als meisje op te voeden. Money dacht nog even dat hij gelijk kreeg dat gender louter een kwestie van opvoeding zou zijn. Maar de jongen die geacht werd een meisje te zijn, verzette zich hevig, kreeg op zijn 14e te horen wat er aan de hand was en keerde terug naar de genderidentiteit van zijn geboorte.

De Waal: “Genderrollen (het typische gedrag, houdingen en de sociale functies van elke sekse die het resultaat zijn van een wisselwerking tussen natuur en opvoeding) zijn misschien culturele producten, maar de genderidentiteit zelf lijkt van binnen te komen.”

Maar het zit niet zo diep dat je bij een ongeborene al daarvan kunt spreken. De ongeborene is immers nog niet aan cultuur blootgesteld en heeft alleen een sekse. De verwarring komt omdat gender onterecht vaak als alternatief voor biologische sekse wordt gebruikt. Maar, “gender is zoiets als een culturele jas waarin de seksen rondlopen”, schrijft De Waal. Koppel je gender los van sekse, dan loopt de jas bij wijze van spreken zelf rond.

Allerlei tussenposities

Hij zet uiteen dat er zowel wat sekse als wat gender betreft allerlei tussenposities zijn. Over sekse schrijft hij dat deze grotendeels wordt bepaald door chromosomen en genitaliën en dat vanwege allerlei uitzonderingen binariteit hier hooguit een benadering is. En bij gender is dat nog sterker. Dat is nog meer een continuüm. “We weten niet of het transgender-zijn wordt veroorzaakt door genen, hormonen of ervaringen in de baarmoeder of vlak na de geboorte. We weten wel dat het doorgaans vroeg in het leven opkomt en dat het niet kan worden teruggedraaid.”

Speculatie is dat het in de baarmoeder gebeurt. En dat dan bij een deel van de (menselijke) zwangerschappen het lichaam tijdens de ontwikkeling een andere richting inslaat dan de hersenen. Er is een piepklein gebied in de hersenen (de bed nucleus of the stria terminalis) dat in grootte verschilt bij verschillende seksen, maar waarschuwt De Waal: “Dit betekent niet dat we de heilige graal van de genderidentiteit te pakken hebben.” Want is de omvang van dit hersendeel oorzaak of gevolg van genderidentiteit?

Religieus-conservatieve hoek

Anders is een goed en genuanceerd boek over gender- en sekseverschillen bij de mens en andere primaten. Boeiend hoe De Waal gedrag van primaten met de focus op die verschillen beschrijft. Biologische verschillen bieden geen enkele rechtvaardiging van genderongelijkheid, stelt hij. Maar ze helpen mogelijk bij een beter genderbegrip.

Volgens De Waal kwam kritiek op zijn boek vooral uit religieus-conservatieve hoek. Daar zitten veel mensen die strikt in een man-vrouwverdeling denken, met vastomlijnde genderrollen. Deze mensen zien zijn acceptatie van non-binaire individuen helemaal niet zitten. Kritiek kwam er volgens hem nauwelijks van mensen die de queer-theorie omarmen; dat gender en ook sekse sociale constructies zijn. Misschien, veronderstelt hij, is daar al een voorzichtige beweging dat je biologie niet van tafel kunt schuiven.

Ten slotte nog een aardige observatie van De Waal over transgender mensen. Ze zijn immers de enigen die uit de eerste hand kennis hebben over de manier waarop de genders door de maatschappij worden behandeld. Hun ervaringen bevestigen de ergste clichés over de posities van mannen en vrouwen in de maatschappij, constateert De Waal. Trans vrouwen worden bijvoorbeeld na de transitie vaak vriendelijker behandeld, maar minder serieus genomen.

 

Luisteren

Het boek van Frans de Waal – Anders; gender door de ogen van een primatoloog – verscheen 27 mei 2022 bij uitgeverij Atlas Contact (24,99 euro). De Waal vertelde erover op radio, tv, kranten en podcasts. Hij zat in 4 juni 2022 in Buitenhof en hij kwam langs bij De Rudi & Freddie Show, van de Correspondent (Wat je van apen (m/v/x) leren kan: een gesprek over gender met primatoloog Frans de Waal).

Het ging erover bij Atlas (Darwin als Excuus) en in een aflevering van Onbehaarde Apen van drie jaar geleden (#53) onder de titel: zijn de emoties van dieren en mensen hetzelfde?

 

 

Onderzoek naar transitie-ervaringen

Ton van den Bornkort, nieuws, wetenschap, 28 februari 2022

Een team van de Open Universiteit voert onderzoek uit naar de ervaringen van transgender mensen in transitie. De onderzoekers zoeken mensen die daaraan willen deelnemen, transgender personen in de aanloop naar transitie en mensen die verder in dat proces zijn of dit al hebben afgerond. Ze kunnen reageren tot eind december 2022.

Eerder onderzoek wijst volgens de Open Universiteit uit dat veel transgender mensen last hebben van stigmatisering in de directe omgeving, op het werk en in de openbare ruimte. Of, met andere woorden, van de negatieve opvattingen die er over hun groep bestaan. Zij kunnen die opvattingen internaliseren en daarop reageren door schaamte en terugtrekking. Of ze willen stigma’s voor zijn door geheimhouding. Die anticipatie kun je zelfstigmatisering noemen.

(Zelf)stigmatisering kan leiden tot sociale isolatie en psychopathologie, lagere zelfwaardering, werkloosheid en inkomensverlies. Met name tijdens de transitie, de overgang van het geboortegeslacht naar het wensgeslacht, kunnen transgender personen de gevolgen van (zelf)stigmatisering ervaren. Hoe ga je daarmee om en krijg je sociale steun?

In het onderzoek dat nu bij de Open Universiteit wordt uitgevoerd, vragen onderzoekers naar probleemsituaties die transgender personen ervaren tijdens de transitie, hoe zij hiermee omgaan, hoe zij zich voelen en welke steun zij ervaren van hun omgeving.

Ze willen de uitkomsten onder meer gebruiken voor het ontwikkelen van de Transgender Coping Questionnaire (TRACQ), een vragenlijst die gebruikt kan worden om te meten hoe transgender mensen omgaan met transgenderspecifieke probleemsituaties. De TRACQ kan gebruikt worden om de behandeling te personaliseren. Op die manier kan het psychische welbevinden van transgender mensen tijdens en na transitie verbeteren.

Het onderzoek bestaat uit online vragenlijsten en interviews. Daarvoor zoeken de onderzoekers mensen (18 of ouder) die aan het begin van hun transitie staan, de diagnostische fase (A) en mensen die verder in het transitietraject zijn of dat al hebben afgerond (B). Deze oproep voor deelname aan het onderzoek geldt tot eind december 2022.

De A-groep
Het OU-team vraagt je dan om drie keer de online vragenlijsten in te vullen, de eerste keer tijdens de diagnostische fase. Voor daaropvolgende afnames word je telkens met een tussenpose van een jaar via e-mail benaderd, dus reageer je nu dan krijg je nog een mailtje in 2023 en 2024. Hier vind je de vragenlijst.

Naast die vragenlijst zijn de onderzoekers ook benieuwd naar je persoonlijke ervaringen tijdens de transitie. Ze willen je graag in verschillende fasen van de transitie interviewen. Voor meer informatie of het maken van een afspraak voor een interview kun je mailen naar Sta je aan het begin van jouw transitie, dan kun je aan zowel het invullen van de vragenlijsten als de interviews deelnemen.

De B-groep
De onderzoekers vragen je als je in transitie zt of deze al hebt afgerond om één keer een online vragenlijst in te vullen. Hier. Voor meer informatie over het onderzoek kun je mailen met

Een onderzoeksteam van de Open Universiteit, bestaande uit prof. dr. Arjan Bos, prof. dr. Jacques van Lankveld, dr. Mark Hommes en promovenda Maria Verbeek MSc, werkt voor dit onderzoek samen met onder andere het Kennis- en Zorgcentrum voor Genderdysforie van het Amsterdam Medisch Centrum en andere centra voor genderdysforie in Nederland.

Meer informatie over het onderzoek vind je hier: https://www.ou.nl/onderzoek-klinische-psychologie-transgender-mensen-en-zelf-stigmatisering.

 

Agenda

Heb je tips voor onze genderdiverse agenda? , dan plaatsen we het hier.