Arianne van der Venachtergrond, wetenschap, nieuws, 27 november 2021

Een Engels gevecht over transgender kinderen toont hoe kwetsbaar goede zorg voor transgenders blijft

TRANS versus TERF

Transgender zorgorganisaties in Engeland zijn niet blij met Keira Bell. Maar ze heeft wel een probleem op de kaart gezet in de Engelse en Amerikaanse transgenderzorg, dat nu ook onderkend wordt binnen WPATH (de World Professional Organisation For Transgender Health). De inzet van puberteitsblockers. Ondertussen doen sommige Engelse transactivisten erg hard hun best om van hun meest fervente tegenstanders de nieuwe darlings van Engeland te maken. En dat is een status die de TERFs zeker niet verdienen. De TERFs?
 
Als Keira Bell veertien jaar oud wordt, voelt ze zich anders dan andere meiden van haar leeftijd. Ze is vaak depressief, valt op andere meiden en is een tomboy. Ze voelt de druk om zich te conformeren en ze voelt zich vooral alleen. Haar moeder vraagt of ze misschien liever een jongen zou zijn en hoewel het idee haar eerst niet zo aanspreekt, onderzoekt ze online het transitieproces. Ze leest enthousiaste verhalen op sociale media van transjongeren. In Keira’s ogen lossen zij hun problemen bijna magisch op, door lichamelijk te worden wie ze altijd hadden moeten zijn. Zou ze in de transgemeenschap misschien wel zichzelf kunnen worden? Ze verlangt naar een oplossing en naar een thuis.
Ze gaat naar haar huisarts die haar rap naar de Tavistock Kliniek in Londen verwijst. Na drie gesprekken bij de Tavistock Kliniek krijgt Keira puberteitremmende hormonen. Die helpen haar niet van haar eenzaamheid af. Op sociale media haalt ze de bemoediging die ze nodig heeft om door te gaan met haar transitie. Na haar transitie zal het leven makkelijker worden, vertellen haar transitiemaatjes haar. “Met iedere stap die ik nam, voelde ik meer behoefte om de volgende stap te nemen, want ik voelde mezelf nog steeds niet goed en wilde mezelf beter voelen”. Vanaf haar zestiende krijgt ze hormoontherapie en als ze twintig is een mastectomie. Maar echt beter wordt het niet...

Een verbod op puberteitsblokkers?
Als Keira 23 is staat ze voor de rechter. Ze heeft een zaak aangespannen tegen de Tavistock Kliniek. Haar klacht is dat de hulpverleners haar claim dat ze eigenlijk een man is veel meer hadden moeten uitdagen.
Ook vindt Keira dat haar nooit gevraagd had mogen worden om een “informed consent” verklaring te ondertekenen. Die tekenen cliënten in Engeland voorafgaand aan een medische behandeling. Hierin onderschrijft de cliënt dat hij toestemming geeft voor een medische behandeling en goed geïnformeerd is over de consequenties ervan. Maar Keira en haar advocaten zeggen dat teenagers de consequenties van een zo verreikende behandeling helemaal niet kunnen overzien.
De advocaten laten ook artsen aan het woord die het gebruik van puberteitsblokkers als “experimenteel” bestempelen. De advocaten dringen erop aan om het gebruik ervan te verbieden. De advocaten waarschuwen ook voor de aanmoediging die kinderen online krijgen om door te gaan met hun transitie. Die zou aan banden gelegd moeten worden.
 
Op 1 december 2020 doet de rechter uitspraak. Hij acht het onwaarschijnlijk dat jongeren onder de 16 jaar de lange-termijneffecten van puberteitsblockers kunnen begrijpen. Daarom besluit de rechter dat die jongeren niet kunnen instemmen met het gebruik van puberteitsblockers en deze niet aan hen kunnen worden voorgeschreven, tenzij een rechter daar toestemming toe geeft.  
 
Na de uitspraak roept Keira buiten het gerechtsgebouw de Engelse hulpverleners op om hun transgender cliënten (betere) geestelijke zorg te geven die ertoe leidt dat cliënten die aan genderdysforie lijden met hun geboortesekse verzoend (reconciled) worden. 
 
keira_bell_kopie.jpg
Keira Bell buiten het hooggerechtshof in Londen.
 
De gevolgen van de uitspraak zijn dramatisch. De Tavistock Kliniek wordt gedwongen om per onmiddellijk de behandeling van een groot aantal genderkinderen stop te zetten. De kliniek en de ouders van transgender cliënten laten het er niet bij zitten. In september 2021 besluit een andere rechter dat het aangevoerde bewijs in de rechtszaak van Keira Bell erg eenzijdig was. Geen van de “experts” die door het hof gehoord zijn, blijkt ooit met een transgender cliënt gewerkt te hebben. Een van de experts blijkt geen arts, maar een dierenarts.
De rechters besluiten op basis van de door de Tavistock aangedragen Nederlandse onderzoeken dat de keuzes in de behandeling thuishoren in het gesprek tussen ouders, kind en hulpverlener, en dat de rechter geen stem heeft in dit verhaal.

 

Het Nederlands model
Daarmee lijkt de storm gesust. De oude situatie is hersteld. Maar de rechterlijke uitspraak in de zaak van Keira Bell laat wel zien hoe snel de rechters 180 graden kunnen draaien en hoe makkelijk het is om hen te misleiden.
Het verhaal van Keira laat ook zien hoe de wereld veranderd is sinds de behandeling van transgender kinderen met puberteitsblokkers in de jaren negentig van de vorige eeuw in Nederland werd uitontwikkeld. Dat oude Nederlandse model gaat uit van een zorgvuldige en langdurige diagnostische periode, betrokken ouders en transgender kinderen zonder mobiele telefoons. Dit model werd overgenomen in de gehele Angelsaksische wereld, maar de langdurige diagnostische periode heeft de oversteek over de Noordzee en de Atlantische Oceaan niet overleeft. Dat maakt de zorg voor genderkinderen kwetsbaar. Er kunnen in de toekomst nog meer Keira’s naar voren komen. Hoe is het Nederlandse model in Amerika veranderd?
 
De open medicijnkast
In Amerika zijn veel gender affirmative clinics (genderbevestigende klinieken, red.) opgericht. Deze klinieken gaan ervan uit dat de omgeving van genderkinderen heel vijandig is. Die vijandige omgeving geeft de kinderen een negatief zelfbeeld, leidt tot depressies en bemoeilijkt de coming out. Daarom is het belangrijk dat de hulpverlener de ervaring van genderkinderen zoveel mogelijk bevestigt. Genderkinderen moeten geloofd worden. Een zorgvuldige en langdurige diagnostische periode past hier niet bij. Zo’n periode leidt er juist vaak toe dat cliënt en hulpverlener tegenover elkaar komen te staan. In de “gender affirmative” kliniek wordt de medicijnkast daarom vlot geopend als de cliënt erom vraagt, en verschijnen de puberteitsremmers al snel op tafel. Volgens dokter Norman Spack, een van de pioniers van de genderbevestigende zorg, leidt deze aanpak tot minder depressie onder zijn transgender cliënten. In de Verenigde Staten zijn nu een vijftig “gender affirmative” klinieken actief.
 
Afbeelding1.jpg
Dr. Norman Spack: “gender affirmative care” leidt tot minder depressie onder transkinderen  
 
In Engeland draagt de Tavistock Kliniek naar buiten toe het beeld uit van een kliniek die netjes het Nederlands model toepast. Maar er zijn ook teamleden vertrokken, die vonden dat er veel te snel puberteitsblokkers werden ingezet. In Keira’s geval bijvoorbeeld al na drie gesprekken.
Sommige ouders die hun kinderen vergezellen bij de gesprekken op de Tavistock, schrikken ervan dat de artsen geen andere oplossingen aandragen voor de omgang met genderdysfore gevoelens dan een medische behandeling. Zij willen eerst de mogelijkheden onderzoeken om het zonder medische ingrepen te doen.
 
Gender critical therapist
Die ouders kunnen terechtkomen bij een nieuwe groep gendertherapeuten, zoals Stella O’Malley, die zichzelf “gender critical therapists” noemen. Deze therapeuten zijn vooral tegen het medicaliseren van genderissues. Als een jongen meisjeskleren wil dragen en met poppen wil spelen, dan is dat oké, zeggen zij, en geen reden om hem een meisje te noemen. Dat is juist heel erg hokjesdenken. Stella O’Malley meent dat de explosieve toename van transgender kinderen die zich in Engeland aanmelden – van 100 in 2011 tot 2700 in 2020 – vooral een effect is van het internet en sociale media. Het internet zorgt ervoor dat iedereen – net als Keira – toegang heeft tot alle info over medische behandelingen. Sociale media zorgen ervoor dat de jongeren elkaar weten te vinden, en elkaar tot in de kleinste uurtjes van de dag kunnen blijven valideren.

stella.jpg
Stella O’Malley is blij dat zij een vrouw is.
 
O’Malley vertelt in een documentaire voor Channel 4 “Trans kids, it’s time to talk”, dat zij als kind zelf een tomboy was. Ze stond erop dat iedereen haar een jongen noemde. Als zij nu zou opgroeien, vertelt zij, zou ze zonder meer online gaan en met hormonen beginnen... “en ik ben nu zo gelukkig dat ik een vrouw ben.” Keer op keer komt ze er in de documentaire op terug dat zij uit eigen ervaring weet hoe sterk genderdysforie bij jongeren is, en hoe verschrikkelijk het zou zijn als zij nu een man zou zijn. Het lijkt wel alsof er voor haar maar één wenselijke uitkomst is.
In de documentaire, en daarbuiten, neemt ze het ook op feministen die menen dat trans vrouwen geen vrouwen zijn, en dat trans vrouwen ook geen toegang moeten krijgen tot vrouwenruimten. Dat soort opmerkingen roept de vraag op of O’Malley nou therapie bedrijft... of gewoon een TERF is. Een TERF?
 
Trans exclusionary radical feminist (TERF)
TERFs zijn er al heel lang. Maar zij zijn lange tijd niet zo populair geweest als nu. TERFs zijn in de eerste plaats radicale feministen, die geloven dat de maatschappij patriarchaal is en dat mannen vrouwen onderdrukken. Een aantal radicale feministen menen dat trans vrouwen geen vrouwen zijn, en uitgesloten moeten worden van vrouwenruimten, zoals het damestoilet. Dat zijn TERFs.
Zolang transgenders gezien werden als een gediscrimineerde minderheid die vochten voor gelijke rechten, waren de TERFs onder de feministen een curiositeit.  Maar vanaf het moment dat transactivisten begonnen met het cancelen van TERFs omdat hun ideeën transgender studenten een onveilig gevoel geven, wordt het discriminatie-argument omgedraaid. Nu roepen de TERFs – met enige rechtvaardiging - dat transactivisten hen uitsluiten.
O’Malley toont in haar documentaire hoe zij als spreker op universiteiten gecanceld wordt. Optredens worden verstoord door met trommels slaande “trans activisten”. Dit zijn studenten die zich beijveren om van hun universiteit een “veilige” ruimte te maken voor transgenders. Daartoe willen zij O’Malley en haar vriendinnen het spreken onmogelijk maken. Universitair docenten die O’Malley’s mening delen zoals Kathleen Stock zouden ontslagen moeten worden. Zij bedreigt immers het gevoel van veiligheid van de transgenders op haar universiteit met boekjes, waarin ze uitlegt dat transvrouwen geen echte vrouwen zijn. Stock heeft ook de zogenaamde Declaration on women’s sex based rights (Verklaring over de op geslacht gebaseerde rechten van vrouwen, red.) ondertekend. Die stelt dat een groot aantal rechten die aan vrouwen worden toegekend, nooit aan transgenders mogen worden toegekend. Zo mogen genderkinderen niet behandeld worden met puberteitsremmers, mag moederschap alleen aan genetische vrouwen worden toegekend, moeten vrouwencentra het recht krijgen om transgenders uit te sluiten en mogen quota’s voor de participatie van vrouwen niet worden ingevuld door transgenders.
Tijdens hun protesten gebruiken de studenten vaak covid-mondkapjes om hun identiteit te verbergen. De rechtse pers maakt van deze groepjes – bij monde van The Daily Mail – “mobs masked with balaclavas” (met ’bivakmutsen gemaskerde bendes, red.) die de vrijheid van meningsuiting bedreigen. Het is echter niet vreemd dat Stock die activisten eng vindt. Naar eigen zeggen ontvangt ze al drie jaar doodsbedreigingen van transactivisten. En er hoeft maar een gek tussen de activisten te staan... De politie adviseert Stock dan ook haar lessen vooral online te geven. Beide partijen houden elkaar vast in een “gevoel van onveiligheid”. Eind oktober 2021 neemt Stock ontslag van de universiteit.
 
transgender_activisten_sussex_uni.jpg
“Mobs masked with balaclavas”, aldus de Daily Mail.
 
De TERFs hebben nu hun eerste martelaar en publicitair de overhand. Niet alleen rechtse luidsprekers als The Daily Mail, maar ook liberale zenders als de BBC en bladen als The Economist geven hun publiek het gevoel dat zij moeten kiezen tussen de balaclava’s van de transactivisten en de vrijheid van spreken van de feministen. Door zich te positioneren als slachtoffers van uitsluiting en voorvechters van het vrije woord, winnen de TERFs de publiciteitsoorlog zonder een debat te hoeven voeren.
 
Trans_activisten_sussex_uni_2.jpg
 
Ook stelt zich de vraag hoe behulpzaam “gevoelens van onveiligheid” zijn in een debat. Durven TERFs echt niet meer naar het toilet, omdat daar weleens een transgender kan zitten? Wordt de veiligheid van transgender studenten echt bedreigt door feministen die hen uit willen sluiten? En hoe handig is het om elkaar als doelwit te kiezen, als er zoveel echte lastposten voor vrouwen en transvrouwen rondlopen? Dat zijn de lastposten die vrouwen en transvrouwen lastigvallen op straat en discrimineren op de werkplek. Moeten we hen niet aanpakken?
 
Nadelen van puberteitsremmers
Is het in dit verhitte debat nog mogelijk om een feitelijke discussie over puberteitsremmers te hebben? Gelukkig wel. Zo vertelt dr. Marci Bowers dat zij geen fan is van het vroegtijdig voorschrijven van het puberteitsremmers. En dat doet ertoe want zij is de beoogd voorzitter van WPATH (de World Professional Association for Transgender Health), die de wereldwijde Standards Of Care schrijft.
Dr. Bowers, die transgender is en als vooraanstaand chirurg een kleine 2000 geslachtsoperaties heeft uitgevoerd, vertelt in het Amerikaanse blad Common Sense dat de medische wetenschap altijd zigzagbewegingen maakt, en dat de behandeling met puberteitsremmers nu misschien wat te ver doorgeschoten is. Ze zegt dit vooral als chirurg, die zich ten doel stelt om haar cliënten een perspectief op een goed leven te bieden. Het gebruik van puberteitsremmers heeft een aantal voordelen, maar de nadelen worden de laatste tijd door meer behandelaars gezien. Als eerste stoppen puberteitsremmers de ontwikkeling van de seksuele organen en de seksuele ontwikkeling van het kind. Bowers vertelt dat “als je nooit een erotische beleving van je lichaam of een orgasme hebt gehad voorafgaand aan een geslachtsoperatie, dit heel moeilijk te bereiken is na de operatie. Een clitoris brengt dan soms evenveel plezier als een vingertopje.” Bowers twijfelt eraan of deze cliënten responsief kunnen zijn als geliefde en vraagt zich af hoe dat hun geluk op langere termijn beïnvloedt.
Daarnaast is er een praktisch probleem. Wie op zijn elfde begint met puberteitsremmers, heeft op zijn achttiende in essentie de penis van een elfjarige. Dat geeft complicaties bij de operatie en een minder grote kans op een functionele vagina.
En dan is er nog het gegeven dat het overgrote deel van de kinderen die puberteitsremmers gebruiken, later overgaat op hormoonbehandeling en operaties. Dan is de vraag snel gesteld of een kind dat hormoonblokkers gebruikt en in de andere genderrol naar school gaat, nog wel terug kan komen op diens besluit. Is het mogelijk om op zo’n commitment terug te komen?
 
Bowers.jpg
Dr. Marci Bowers
 
Dr. Bowers vertelt dat het idee om puberteitsblokkers heel vroeg in te zetten (vanaf 9 jaar) in het begin heel goed klonk. “We hebben hele goede resultaten bereikt met veel cliënten. Ik ben erg trots op hen, op hun ouders en op hun doorzettingsvermogen. Ze zijn geweldig. Maar eerlijk, ik kan niet zeggen dat ze betere of even goede resultaten hebben dan cliënten die geen puberteitsremmers hebben gebruikt. Ze zijn niet zo functioneel en responsief. Ik maak me zorgen over hun seksuele gezondheid en hun vermogen om intimiteit te vinden in hun leven.”
 
Geen neutrale opties
De zorgen die Bowers uit, zijn natuurlijk ook de zorgen van genderkinderen die zonder puberteitsremmers opgroeien. Genderdysforie bij kinderen is echt en beschadigend voor de ontwikkeling van het kind. Kinderen medische zorg ontzeggen die ze nodig hebben, is geen neutrale optie, zeggen de voorstanders van affirmative care. Zij kunnen ook wijzen op de evidente voordelen van puberteitsremmers: er is geen ongewenste lichaamsbouw, adamsappel, borstgroei of bariton. En uiteindelijk zijn er minder problemen met sociale acceptatie in het doelgeslacht.
En nu vertelt Marci Bowers dat de keuze voor puberteitsremmers ook al geen neutrale optie is, waarvan de gevolgen makkelijk herzien zouden kunnen worden. Er zijn geen simpele keuzen voor genderkinderen en hun ouders.
 
Kuur of kwaal?
Kan een kind besluiten wat erger is? De kuur of de kwaal? Dat is de vraag waarvoor de Britse rechters gesteld werden in het proces tegen de Tavistock Kliniek. Na het verhaal van Keira Bell besloten de rechters dat een kind niet kan instemmen met zo’n verreikende behandeling. En na het verhaal van de Tavistock Kliniek en de ouders van transkinderen besloten de rechters dat zij het gesprek hierover moeten overlaten aan het kind, de ouders en de hulpverlener.
 
Hulpverleners en ouders kunnen genderkinderen helpen, met alle benodigde kennis, zorg en liefde die nodig is om een leefbare waarheid te vinden. Zij zullen moeten bepalen welk leed beter verdragen kan worden: het leed van te lang wachten en te veel lichamelijke kenmerken van het geslacht dat je niet wilt, of het leed dat Keira Bell op de kaart heeft gezet.
Uiteindelijk is de enige die het weet, en die met de consequenties leeft, de persoon zelf. Keira Bell en een vrouw als Stella O’Malley weten wat zij weten, en een trans vrouw als Marci Bowers ook. Dat TERFs een vrouw als Marci Bowers willen weren van het damestoilet, is naargeestig. Maar daar heeft Bowers gelukkig alleen last van als zij een TERF-conferentie bezoekt... en hoognodig naar het toilet moet.
 
Dat risico is te overzien.